Statuten Noord-Holland Midden


Artikel 1 – Naam en zetel

1. De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid draagt de naam: “District Noord-Holland Midden van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond” en wordt in de statuten en reglementen nader aangeduid als: districtsvereniging.

2. De zetel van de districtsvereniging is gevestigd te Alkmaar.

Artikel 2 – Doel

1. De districtsvereniging stelt zich ten doel het doen beoefenen van de keusport carambole.

2. De districtsvereniging tracht haar doel onder meer te bereiken door:

a. het verkrijgen van het lidmaatschap van de KNBB vereniging Carambole, in de statuten en reglementen van de districtsvereniging nader aan te duiden als Sectievereniging;

b. het organiseren van competities, wedstrijden en evenementen van de keusport carambole en het bevorderen van de deelname daaraan door leden van de bij de Sectievereniging aangesloten verenigingen.

Artikel 3 – Organisatie

1. De districtsvereniging wordt bestuurd door een bestuur dat verantwoording verschuldigd is aan de algemene vergadering.

2. Organen van de districtsvereniging zijn het bestuur en de algemene vergadering, alsmede die personen en commissies die op grond van de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij beslissingsbevoegdheid is toegekend. In de gevallen zoals geregeld in het Reglement heffingen en maatregelen van de Sectievereniging is de nationale beroepscommissie een orgaan van de districtsvereniging.

3. Alle officiële mededelingen van de districtsvereniging worden bekend gemaakt in de officiële mededelingen van de districtsvereniging die op de website van de districtsvereniging worden gepubliceerd.

4. De Sectievereniging is lid van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond, in deze statuten en in de reglementen van de districtsvereniging te noemen: KNBB.

Artikel 4 – Leden

1. De districtsvereniging kent als lid:

a. verenigingen;

b. de leden-natuurlijke personen van die verenigingen.

2. Tot het lidmaatschap van de districtsvereniging kunnen alleen die verenigingen en personen worden toegelaten die tevens als lid door de KNBB en door de Sectievereniging zijn toegelaten. De betrokkene wordt niet eerder lid van de districtsvereniging dan nadat de betrokkene als lid van de KNBB en van de Sectievereniging is toegelaten.

3. Het bestuur beslist met inachtneming van het bepaalde in lid 2 over het toelaten van leden. Indien het bestuur niet tot toelating besluit, kan de algemene vergadering op verzoek van de betrokkene tot toelating besluiten.

4. De wijze van toelating tot het lidmaatschap kan nader worden geregeld in een reglement.

5. Het bestuur houdt een ledenregister bij. In dit register worden alleen die gegevens bijgehouden die voor het realiseren van het doel van de districtsvereniging noodzakelijk zijn. Het bestuur is gehouden de gegevens van leden aan de Sectievereniging op te geven.

6. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een persoon die zich voor de discipline carambole in het algemeen en voor de districtsvereniging in het bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt het predicaat ‘lid van verdienste’ verlenen.

7. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een persoon die zich voor de discipline carambole in het algemeen en voor de districtsvereniging in het bijzonder gedurende lange tijd zeer verdienstelijk heeft gemaakt het predicaat ‘erelid’ verlenen.

8. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een persoon die zich gedurende lange tijd als voorzitter van de districtsvereniging verdienstelijk heeft gemaakt het predicaat ‘erevoorzitter’ verlenen.

Artikel 5 – Algemene rechten en verplichtingen

1. De leden zijn verplicht:

a. de statuten, reglementen en besluiten van organen van de districtsvereniging na te leven;

b. de statuten, reglementen en besluiten van organen van de KNBB na te leven;

c. de statuten, reglementen en besluiten van organen van de Sectievereniging na te leven;

d. de statuten, reglementen en besluiten van de Stichting Instituut Sportrechtspraak na te leven, indien en voor de duur dat de KNBB of de Sectievereniging het uitoefenen van haar tuchtrechtspraak heeft opgedragen aan voornoemde stichting;

e. de belangen van de districtsvereniging en/of van de KNBB en/of van de Sectievereniging niet te schaden;

f. alle overige verplichtingen welke de districtsvereniging in naam of ten behoeve van de leden aangaat of welke uit het lidmaatschap van de districtsvereniging voortvloeien, te aanvaarden en na te komen.

2. Behalve in deze statuten kunnen aan de leden verplichtingen worden opgelegd bij reglement of bij besluit van het bestuur of van de algemene vergadering.

3. Een lid is verplicht zijn financiële verplichtingen op de door de districtsvereniging aangegeven datum (de vervaldatum) te voldoen. Indien het lid een maand na de vervaldatum niet geheel aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan, is hij vanaf die datum zonder recht van beroep uitgesloten van deelname aan de activiteiten van de districtsvereniging totdat hij geheel aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan. Gedurende die periode kan het lid in de districtsvereniging geen rechten uitoefenen en blijft hij verplicht te voldoen aan alle verplichtingen welke uit het lidmaatschap voortvloeien.

4. Indien een lid niet tijdig voldoet aan zijn financiële verplichtingen tegenover de districtsvereniging, is het lid vanaf de vervaldatum over het verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd. Blijft het lid geheel of gedeeltelijk in gebreke, nadat hem een nieuwe termijn voor betaling is gegund, dan is het lid behalve de wettelijke rente ook tien procent aan buitengerechtelijke kosten over het oorspronkelijke bedrag verschuldigd.

5. Leden-natuurlijke personen onthouden zich tegenover andere leden van elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non verbale of fysieke zin, alsmede van (verbaal) geweld, racistische uitlatingen en dergelijke, opzettelijk of onopzettelijk, die door het andere lid, die het ondergaat, als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. Het in strijd handelen met deze bepaling geldt als een overtreding.

Artikel 6 – Bestraffing

1. Indien het lid binnen het verband van de districtsvereniging een overtreding van de statuten, een reglement of een besluit van de districtsvereniging, niet zijnde een administratief verzuim, begaat, kan het lid worden bestraft door het bestuur van welke strafoplegging beroep openstaat bij de algemene vergadering.

2. Indien een lid binnen het verband van de districtsvereniging naar het oordeel van het bestuur van de districtsvereniging een ernstige overtreding begaat, kan het bestuur besluiten de overtreding niet zelf te bestraffen maar daarvan door het bondsbestuur van de KNBB aangifte te laten doen bij de Stichting Instituut Sportrechtspraak. Alsdan wordt de overtreding behandeld met inachtneming van het toepasselijke Tuchtreglement van het Instituut Sportrechtspraak.

3. Indien het lid binnen het verband van de KNBB een overtreding begaat, is het lid met inachtneming van het toepasselijke Tuchtreglement van de KNBB onderworpen aan de tuchtrechtspraak van de KNBB.

Artikel 7 – Administratieve verzuimen

1. Een overtreding van het Wedstrijdreglement, het Competitiereglement, het Wedstrijdreglement jeugd, het Wedstrijdreglement Dagcompetitie, het Spel- en arbitragereglement of een ander op wedstrijden betrekking hebbend, door het bestuur van de Sectievereniging vastgesteld reglement is een administratief verzuim wanneer dit als zodanig in die reglementen is aangeduid.

2. Het Reglement heffingen en maatregelen is op administratieve verzuimen van toepassing.

3. Indien in bedoelde reglementen tijdens een wedstrijd op districtsniveau een overtreding als een administratief verzuim wordt aangemerkt zijn de wedstrijdleider PK3 van de districtsvereniging en de wedstrijdleider competitie van de districtsvereniging bevoegd aan het desbetreffende lid een administratieve heffing op te leggen.

4. Het lid aan wie een administratieve heffing is opgelegd kan met inachtneming van het in lid 2 genoemde reglement daartegen bezwaar maken bij het districtsbestuur, dat in hoogste instantie beslist. De districtsvergadering kan bepalen dat bedoeld bezwaar niet wordt ingesteld bij het districtsbestuur maar bij een door de districtsvergadering te bepalen commissie die alsdan in hoogste instantie beslist.

5. Indien in bedoelde reglementen tijdens een wedstrijd op districtsniveau een overtreding als een administratief verzuim wordt aangemerkt naar aanleiding waarvan een bestuurlijke maatregel kan worden genomen is het districtsbestuur daartoe bevoegd.

6. Het lid tegen wie een bestuurlijke maatregel is genomen kan met inachtneming van het in lid 2 genoemde reglement daarvan in beroep gaan bij de nationale beroepscommissie, die in hoogste instantie beslist.

Artikel 8 – Einde lidmaatschap

1. Het lidmaatschap van de districtsvereniging eindigt door de dood, door opzegging of ontzetting.

2. Indien de KNBB of de Sectievereniging het lidmaatschap van een lid beëindigt, is de districtsvereniging gehouden het lidmaatschap van dit lid door opzegging met onmiddellijke ingang te beëindigen. Indien de districtsvereniging het lidmaatschap met een lid beëindigt, eindigt daardoor niet het lidmaatschap van de KNBB respectievelijk van de Sectievereniging indien het lid uit andere hoofde lid van de KNBB respectievelijk van de Sectievereniging blijft.

3. Indien het lid het lidmaatschap van de districtsvereniging beëindigt, eindigt niet het lidmaatschap van de KNBB of van de Sectievereniging, tenzij het lid ook bij het bondsbureau van de KNBB het lidmaatschap van de KNBB respectievelijk bij de secretaris van de Sectievereniging het lidmaatschap van de Sectievereniging heeft beëindigd.

4. Het lid kan zijn lidmaatschap opzeggen tegen het einde van het boekjaar.

5. Een lid kan voorts het lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat:

a. hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de districtsvereniging in een andere rechtsvorm, dan wel tot fusie of splitsing van de districtsvereniging;

b. hem een besluit is bekend geworden of meegedeeld waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, in welk geval het besluit door de opzegging niet op hem van toepassing is.Het lidmaatschap kan niet met onmiddellijke ingang worden opgezegd wanneer het een wijziging van rechten en verplichtingen betreft die nauwkeurig zijn omschreven of wanneer een verplichting van geldelijke aard wordt gewijzigd. In andere gevallen kan een lid het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang door opzegging beëindigen, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

6. Opzegging door de districtsvereniging geschiedt door het bestuur. De districtsvereniging kan het lidmaatschap opzeggen tegen het einde van het boekjaar. Opzegging door de districtsvereniging kan geschieden wanneer:

a. het lid zijn verplichtingen tegenover de districtsvereniging niet of niet tijdig nakomt, waaronder – doch niet uitsluitend – die van artikel 5;

b. het lid de belangen van de districtsvereniging of van de keusport carambole schaadt;

c. het lid niet voldoet aan de vereisten die de statuten voor het lidmaatschap stellen.

7. Voorts kan de districtsvereniging het lidmaatschap met onmiddellijke ingang door opzegging doen beëindigen indien redelijkerwijs van de districtsvereniging niet kan worden verlangd het lidmaatschap te laten voortduren.

8. Een opzegging tegen het einde van het boekjaar geschiedt zowel door de districtsvereniging als door het lid met inachtneming van een opzeggingstermijn van twee maanden. Is niet tijdig opgezegd, dan geldt de opzegging tegen het einde van het daaropvolgende boekjaar. Is ten onrechte met onmiddellijke ingang opgezegd, dan eindigt het lidmaatschap op het vroegst toegelaten tijdstip volgend op de datum waartegen was opgezegd. Zolang het lidmaatschap niet is beëindigd, behoudt het lid zijn rechten en moet hij zijn verplichtingen nakomen.

9. Een lid kan uit het lidmaatschap worden ontzet (geroyeerd) wanneer het lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de districtsvereniging handelt of de districtsvereniging op onredelijke wijze benadeelt. Alleen de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak zijn bevoegd een lid uit het lidmaatschap te ontzetten, zulks met inachtneming van het Tuchtreglement van het Instituut Sportrechtspraak.

10. Behalve in geval van overlijden en royement, blijft een lid dat heeft opgezegd nog lid tot ten hoogste het einde van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen tegenover de districtsvereniging, of zolang een aangelegenheid waarbij het lid is betrokken niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf hieronder begrepen. Het bestuur stelt alsdan de datum vast waarop het lidmaatschap eindigt.

Artikel 9 – Het bestuur

1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf meerderjarige personen. De algemene vergadering bepaalt het aantal bestuursleden.

2. De leden van het bestuur worden door de algemene vergadering uit de leden benoemd. De voorzitter wordt in functie kandidaat gesteld en benoemd. De overige functies worden door de leden van het bestuur onderling verdeeld.

3. Het bestuur en/of drie leden kunnen schriftelijk kandidaten stellen tot uiterlijk één week voor de datum waarop de betreffende vergadering van de algemene vergadering wordt gehouden.

4. De leden van het bestuur worden benoemd voor een periode van drie jaren en kunnen aansluitend tweemaal voor eenzelfde periode worden herbenoemd. Vanaf de vierde aansluitende bestuursbenoeming is herbenoeming voor nieuwe perioden van drie jaren alleen mogelijk indien de herbenoeming plaats vindt met een door de algemene vergadering met twee derden meerderheid genomen besluit.

5. Het lidmaatschap van het districtsbestuur is onverenigbaar met het lidmaatschap van de kascommissie, van het bestuur van de sectievereniging en met het lidmaatschap van de nationale beroepscommissie.

6. Bestuursleden treden in functie de dag na hun benoeming in de jaarlijkse algemene vergadering en treden af aan het eind van de dag van de algemene vergadering waarin de duur van hun benoeming eindigt of waarin zij aftreden.

7. In een tussentijdse vacature wordt zo mogelijk op de eerstvolgende algemene vergadering voorzien.

8. Het bestuur verdeelt de functies en stelt de taken van ieder bestuurslid vast waarvan mededeling wordt gedaan aan de leden. Ieder bestuurslid is tegenover de districtsvereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring of portefeuille van twee of meer leden van het bestuur behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem te wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

9. Een lid van het bestuur kan, ook al is hij voor bepaalde tijd benoemd, te allen tijde door de algemene vergadering, met twee derden van deuitgebrachte stemmen worden ontslagen of geschorst. Een schorsing kan worden opgelegd voor ten hoogste drie maanden. Behalve wanneer de schorsing eindigt door een besluit tot ontslag of bedanken, eindigt de schorsing door tijdsverloop of eerder door een besluit tot opheffing van de schorsing. De algemene vergadering neemt haar besluit niet eerder dan nadat het desbetreffende bestuurslid door de algemene vergadering is gehoord, althans daartoe in de gelegenheid is gesteld.

10. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt door overlijden, ontslag, bedanken, door het verstrijken van de duur van de (her)benoeming en wanneer het lidmaatschap van de districtsvereniging eindigt. Voorts eindigt het lidmaatschap van het bestuur indien het bestuurslid wordt benoemd in een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van het bestuur.

Artikel 10 – Taken en bevoegdheden bestuur

1. Tenzij de statuten anders bepalen is het bestuur belast met het besturen van de districtsvereniging. Het bestuur kan met behoud van zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak door commissies doen uitvoeren.

2. Indien het aantal bestuursleden beneden het aantal van vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht alsdan zo spoedig mogelijk een algemene vergadering bijeen te roepen om in de vacatures te voorzien.

3. Het bestuur ziet toe op het naleven van de statuten, van de reglementen en van door organen van de districtsvereniging genomen besluiten.

4. Het bestuur is met betrekking tot wedstrijden op districtsniveau bevoegd naar aanleiding van een administratief verzuim tegen een lid van een districtvereniging een bestuurlijke maatregel te nemen in de gevallen waarin de in artikel 7 lid 1 bedoelde reglementen het bestuur hiertoe bevoegd verklaren.

Artikel 11 – Vertegenwoordiging

1. Het bestuur vertegenwoordigt de districtsvereniging.

2. De districtsvereniging wordt voorts vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende leden van het bestuur. De penningmeester is zelfstandig bevoegd de vereniging te vertegenwoordigen tot een bedrag dat door de algemene vergadering is vastgesteld.

3. Het bestuur of twee gezamenlijk handelende leden van het bestuur kunnen een ander bestuurslid of een niet-bestuurslid schriftelijk machtigen om de districtsvereniging te vertegenwoordigen in de gevallen en onder de voorwaarden die uit de verstrekte volmacht blijken.

4. Personen aan wie hetzij op grond van deze statuten, hetzij een volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid is verleend, oefenen die bevoegdheid niet uit dan nadat hiertoe een bestuursbesluit is genomen waarbij tot het aangaan van de desbetreffende rechtshandeling is besloten.

Artikel 12 – Commissies

1. Het bestuur en de algemene vergadering zijn bevoegd commissies in te stellen en de leden van die commissies te benoemen, te schorsen en te ontslaan.

2. Tenzij de samenstelling, taken en bevoegdheden van een commissie in de statuten of een reglement is geregeld, worden deze bij besluit vastgesteld door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld.

3. Een commissie is verantwoording verschuldigd aan het orgaan dat haar heeft ingesteld.

4. Tenzij anders is bepaald of besloten, bestaat een commissie uit drie leden. De leden van een permanente commissie worden telkens benoemd voor de duur van drie jaar en kunnen aansluitend twee maal voor eenzelfde periode worden herbenoemd.

5. Tenzij anders is bepaald of besloten, bestaat elke commissie uit een voorzitter, een secretaris en uit een of meer leden en wordt de voorzitter in functie benoemd. De leden van een commissie verdelen in onderling overleg de overige functies.

6. De leden van de kascommissie worden jaarlijks door de algemene vergadering voor de duur van één jaar benoemd. Een lid van de kascommissie kan aansluitend acht maal voor de duur van één jaar worden herbenoemd. Het lidmaatschap van de kascommissie is niet verenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur.

Artikel 13 – Boekhouding en financiën

1. Het boekjaar van de districtsvereniging is gelijk aan het kalenderjaar.

2. De geldmiddelen van de districtsvereniging bestaan uit: contributies en andere bijdragen. Erfenissen en legaten kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

3. De algemene vergadering stelt de contributie vast. De leden zijn gehouden tot het betalen van de contributie die de algemene vergadering vaststelt.

Artikel 14 – Rekening en verantwoording

1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de districtsvereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de districtsvereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze administratie te voeren en daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de districtsvereniging kunnen worden gekend.

2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de districtsvereniging op te maken en op papier te stellen.

3. Het bestuur brengt op een binnen zes maanden na het einde van het boekjaar te houden algemene vergadering een jaarverslag uit over de gang van zaken in de districtsvereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de leden van het bestuur. Heeft een lid van het bestuur de stukken niet ondertekend dan wordt daarvan onder opgave van de redenen melding gemaakt.

4. De algemene vergadering kan de in lid 3 genoemde termijn verlengen met ten hoogste vijf maanden. Na afloop van de oorspronkelijke of de verlengde termijn kan ieder lid van de gezamenlijke leden van het bestuur in rechte vorderen dat zij hun verplichtingen nakomen.

5. De kascommissie onderzoekt jaarlijks de jaarrekening van het bestuur en brengt daarvan verslag uit aan het bestuur en aan de algemene vergadering. Het bestuur is verplicht de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door deze gevraagde inlichtingen te verschaffen, deze desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de districtsvereniging voor raadpleging beschikbaar te stellen.

6. Goedkeuring door de algemene vergadering van de balans en van de staat van lasten met toelichting gebeurt nadat is kennis genomen van het verslag van de kascommissie. Goedkeuring strekt de leden van het bestuur tot decharge voor alle handelingen die uit die stukken blijken.

7. De balans en de staat van baten en lasten met toelichting moeten op papier worden gesteld en bewaard. Indien de boekhouding computermatig wordt gevoerd, kunnen – met uitzondering van de op papier gestelde balans en de staat van baten en lasten – de op een gegevensdrager aangebrachte gegevens op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard. Het overbrengen van de gegevens moet alsdan met juiste en volledige weergave van de gegevens geschieden, terwijl deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar moeten zijn en binnen redelijke tijd leesbaar moeten kunnen worden gemaakt.

8. Het bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

Artikel 15 – Algemene vergadering (districtsvergadering)

1. De algemene vergadering van de districtsvereniging bestaat uit alle verenigingen van de districtsvereniging die in de algemene vergadering hun leden vertegenwoordigen.

2. De algemene vergadering kan ook worden aangeduid als de districtsvergadering.

3. Iedere vereniging brengt in de algemene vergadering namens de vereniging en namens al haar leden zoveel stemmen uit als zij op de peildatum van twee januari van dat jaar bij de districtsverenging geregistreerde leden telt.

4. Een geschorst lid is niet stemgerechtigd.

Artikel 16 – Het bijeenroepen van de algemene vergadering

1. Jaarlijks wordt uiterlijk dertig juni een algemene vergadering gehouden. De algemene vergadering wordt tenminste één week voor een algemene vergadering van de Sectievereniging gehouden.

2. De oproep geschiedt door een mededeling in de officiële mededelingen of door een schriftelijke oproep aan de leden.

3. In afwijking van lid 2 kan de oproep tot het bijwonen van de algemene vergadering eveneens geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat het lid voor dit doel aan de districtsvereniging bekend heeft gemaakt, mits het lid met deze wijze van oproepen heeft ingestemd.

4. De termijn van de oproep bedraagt ten minste drie weken. Het bestuur kan in bijzondere gevallen de termijn van de oproep bekorten.

5. Een buitengewone algemene vergadering wordt gehouden indien het bestuur dit nodig acht.

6. Voorts wordt een buitengewone algemene vergadering gehouden indien tenminste zoveel leden, als bevoegd zijn tot het uitbrengen van een tiende gedeelte van de stemmen in de algemene vergadering, het bestuur daarom verzoekt. Het verzoek bevat een opgave van het te behandelen onderwerp, voorzien van een toelichting. Indien het bestuur niet binnen veertien dagen aan het verzoek gevolg heeft gegeven door binnen vier weken een algemene vergadering te doen houden, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur de algemene vergadering bijeenroept of door het plaatsen van een advertentie in een ter plaatse veelgelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de algemene vergadering en het opstellen van de notulen.

7. Behalve in het in het vorige lid bedoelde geval, bepaalt het bestuur waar en wanneer een algemene vergadering wordt gehouden.

Artikel 17 – Toegang algemene vergadering

1. Alle leden hebben toegang tot de vergadering van de algemene vergadering. Voorts hebben toegang degenen die door het bestuur of door de algemene vergadering zijn toegelaten. Leden die geschorst zijn, hebben geen toegang tot de vergadering van de algemene vergadering.

2. De algemene vergadering gaat in een besloten vergadering over indien de voorzitter, het bestuur of ten minste drie leden hierom verzoeken. Tot een besloten vergadering hebben toegang alle niet-geschorste leden en degenen die door de algemene vergadering worden toegelaten.

3. De algemene vergadering beslist in een besloten vergadering of de redenen die tot het aanvragen van een besloten vergadering zijn aangevoerd, een besloten vergadering rechtvaardigen. Is dit niet het geval, dan wordt de vergadering niet-besloten voortgezet.

4. Over wat in een besloten vergadering is behandeld, kan geheimhouding worden opgelegd aan hen die daarbij aanwezig of vertegenwoordigd waren.

Artikel 18 – Agenda

1. Tegelijk met de oproep van de algemene vergadering wordt de agenda drie weken voor de dag van de algemene vergadering door publicatie in de officiële mededelingen of door toezending ter kennis van de leden gebracht. De agenda met bijbehorende stukken kunnen ook langs elektronische weg worden toegezonden aan de leden die hiermede hebben ingestemd

2. De agenda van de algemene vergadering bevat onder meer:

a. het vaststellen van de notulen van de vorige algemene vergadering;

b. het jaarverslag van het bestuur;

c. het financieel verslag van het bestuur;

d. het verslag van de kascommissie;

e. het goedkeuren van de balans en van de staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar;

f. het verlenen van decharge aan de leden van het bestuur;

g. het vaststellen van de contributie en van eventuele andere bijdragen;

h. het goedkeuren van de (meerjaren)begroting voor het volgend boekjaar;

i. het voorzien in vacatures;

j. het behandelen van de agenda van de algemene vergadering van de Sectievereniging;

k. de rondvraag.

3. Uiterlijk twee weken voor de dag van de algemene vergadering kunnen ten minste drie leden een voorstel of amendement schriftelijk bij het bestuur indienen en aan de agenda van de algemene vergadering toevoegen. Het voorstel of amendement moet voorzien zijn van een toelichting.

4. De algemene vergadering kan geen besluiten nemen over voorstellen die niet in de agenda zijn vermeld, tenzij de algemene vergadering anders beslist.

Artikel 19 – Besluiten

1. Het in dit artikel bepaalde is van toepassing op alle besluiten die in de districtsvereniging worden genomen. Lid 8 is alleen van toepassing op de besluitvorming in de vergadering van de algemene vergadering.

2. De voorzitter van een orgaan of van een commissie leidt de vergadering. De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van het bestuur. De voorzitter stelt daarin de orde van de vergadering vast, behoudens het recht van de vergadering daarin wijziging te brengen.

3. Tenzij in de statuten of in een reglement anders is bepaald, worden besluiten in vergaderingen genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de door leden uitgebrachte stemmen, zo nodig door afronding naar boven. Indien stemmen staken is geen meerderheid behaald.

4. Ongeldige stemmen zijn stemmen uitgebracht door een geschorst lid en wanneer schriftelijk is gestemd voorts blanco stemmen en stemmen die een andere aanduiding bevatten dan voor de desbetreffende stemming noodzakelijk is.

5. Tenzij in de statuten anders is bepaald, brengt ieder lid in de desbetreffende vergadering één stem uit. Een lid kan één ander lid schriftelijk een volmacht verlenen om namens hem in een vergadering zijn stem uit te brengen. Een lid kan slechts door één ander lid worden gemachtigd.

6. De stemming over personen gebeurt schriftelijk met gesloten stembriefjes. De stemming over zaken gebeurt hoofdelijk door handopsteken of bij acclamatie. In beide gevallen kan de vergadering tot een andere dan de voorgeschreven wijze van stemmen besluiten. In elk geval wordt schriftelijk gestemd indien een lid een schriftelijke stemming verlangt.

7. Indien bij een stemming over personen geen van de kandidaten bij de eerste stemming een gewone meerderheid behaalt, wordt een tweede stemming gehouden tussen de kandidaten die het hoogste respectievelijk het hoogste en het op één na hoogste aantal stemmen hebben behaald. Staken bij de tweede stemming de stemmen, dan wordt een derde stemming gehouden. Benoemd is die kandidaat die bij de tweede of de derde stemming de gewone meerderheid haalt, of door loting na een derde stemming is aangewezen.

8. Bij een schriftelijke stemming in de algemene vergadering benoemt de voorzitter een stembureau van drie leden, die geen lid van het bestuur zijn. Het stembureau onderzoekt de geldigheid van de uitgebrachte stemmen, berekent de uitslag en doet daarvan mededeling.

9. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering dit verlangt of – wanneer de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk gebeurde, een lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

10. Over alle voorstellen en voorstellen tot wijziging wordt in volgorde van indienen gestemd, tenzij naar het oordeel van de voorzitter een later ingediend voorstel een verder reikende strekking heeft dan een eerder ingediend voorstel en daardoor eerder dient te worden behandeld.

11. Wanneer een voorstel tot wijziging is ingediend, komt dit eerst in stemming. Een voorstel tot wijziging van een geagendeerd onderwerp mag niet de strekking hebben het doel van het voorstel te wijzigen of aan te tasten, zulks ter uitsluitende beoordeling van de voorzitter.

12. Indien voor het aannemen van een voorstel een versterkte meerderheid is vereist, geldt dezelfde meerderheid voor het aannemen van een voorstel tot wijziging op het voorstel.

Artikel 20 – Reglementen

1. De organisatie van de districtsvereniging alsmede de taken en bevoegdheden van haar organen en commissies kunnen nader worden uitgewerkt in reglementen.

2. Reglementen worden met een gewone meerderheid vastgesteld en gewijzigd door de algemene vergadering.

3. Nieuwe reglementen en wijzigingen in reglementen treden in werking op de veertiende dag na de dag waarop de algemene vergadering tot vaststelling of wijziging van het reglement heeft besloten. In de statuten, in een reglement of bij besluit van de algemene vergadering kan een andere datum van inwerkingtreden worden bepaald, doch niet eerder dan nadat publicatie in de officiële mededelingen. Van een nieuw reglement en van een wijziging van een reglement wordt in de officiële mededelingen of op andere wijze mededeling aan de leden gedaan met vermelding van de datum van inwerkingtreding.

4. In gevallen waarin de statuten en een reglement niet voorzien, beslist het bestuur.

Artikel 21 – Wijziging van statuten

1. De statuten van de districtsvereniging mogen afwijken van de statuten van de Sectievereniging maar mogen daarmee niet in strijd zijn.

2. In de statuten van de districtsvereniging kan geen wijziging worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor de oproep tot een zodanige vergadering bedraagt ten minste drie weken. Een statutenwijziging behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van het bestuur van de Sectievereniging.

3. Zij die de oproep tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten twee weken vóór de algemene vergadering een voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen en welke is voorzien van een toelichting, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de algemene vergadering wordt gehouden.

4. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts door de algemene vergadering met tenminste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen worden genomen.

5. Het bepaalde in lid 3 en 4 is niet van toepassing indien in de algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.

6. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Het bestuur doet mededeling aan de leden van de datum waarop een statutenwijziging in werking is getreden. Tot het doen verlijden van de akte is ieder lid van het bestuur bevoegd.

7. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het Handelsregister waarin de districtsvereniging is ingeschreven.

Artikel 22 – Ontbinding en vereffening

1. Een besluit tot ontbinding van de districtsvereniging kan alleen worden genomen in een daartoe speciaal bijeengeroepen algemene vergadering. Een besluit tot ontbinding behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van het bestuur van de Sectievereniging. Het bepaalde in het vorige artikel is van overeenkomstige toepassing.

2. Indien de algemene vergadering tot ontbinding van de districtsvereniging heeft besloten treden de leden van het bestuur als vereffenaar op, tenzij de algemene vergadering de vereffening aan een derde opdraagt.

3. Na de ontbinding blijft de districtsvereniging voortbestaan voor zover dit voor het vereffenen van het vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de districtsvereniging uitgaan, wordt aan de naam toegevoegd “in liquidatie”.

4. De algemene vergadering benoemt een bewaarder die de boeken en bescheiden van de districtsvereniging zal bewaren gedurende zeven jaar na afloop der vereffening. De algemene vergadering kan de bewaarder een bewaarloon toekennen. Is geen bewaarder aangewezen en is de laatste vereffenaar niet bereid te bewaren, dan kan de bevoegde kantonrechter op verzoek van een belanghebbende uit de leden een bewaarder aanwijzen.

5. Tenzij de algemene vergadering anders beslist vervalt het batig saldo aan een districtsvereniging met een soortgelijke doelstelling.

WAARVAN AKTE …